Weblog Raadsfractie
Kinderen in conflictsituaties: niets doen helpt zeker niet
15 februari 2011
Op Valentijnsdag organiseerde de ‘Partij voor huiselijk geluk’ een film- en gespreksavond met als onderwerp ‘Kinderen in conflictsituaties – laten we ze niet vergeten’. In ForumImages werd de film ‘Scènes uit een omgangshuis’ van Saskia Gubbels vertoond en aansluitend vond onder leiding van Michiel Verbeek een discussie plaats met deskundigen uit de verschillende disciplines die zich met kinderen in conflictsituaties bezighouden: jeugdzorg, gezinstherapie, rechterlijke macht.
Veel hulpverleners waren aanwezig, maar ook veel provinciale en gemeentelijke politici. Want jeugdzorg, nog niet zo lang onder provinciaal gezag, gaat binnenkort over van provincie naar gemeenten. Over de wenselijkheid van die overgang wordt verschillend gedacht, maar eenduidig is de vrees dat, als de boel weer overhoop gehaald wordt, er weer nieuwe regelgeving komt en dat het kind, waar het om draait, tussen de wal en het schip kan geraken.
De feiten
Elk jaar vinden in Nederland 64.000 ernstige incidenten plaats, waarbij 107.000 kinderen zijn betrokken. In Groningen gaat het daarbij om zo’n 700 gezinnen, met bijna 800 kinderen. Kindermishandeling is, na verkeersongevallen, de tweede doodsoorzaak bij kinderen.
Er zijn bijzonder veel instanties die zich bezighouden met kinderen in conflictsituaties. Aan de basis waar het signaal wordt opgevangen, is het niet altijd helder hoe en eenvoudig om dat signaal door te geven. Een politieagent gaf aan dat agenten die betrokken worden bij kindermishandeling, afhankelijk van de omstandigheden, met drie verschillende meldpunten te maken hebben. Volgens de deskundigen komt het voor dat er tien verschillende instanties bij een ontspoord gezin betrokken zijn. Nederland kent veel specialisten en voor elk specialisme is een apart geldpotje.
In geval van crisis wordt er altijd snel gehandeld, maar via de reguliere weg moeten veel bureaucratische hobbels genomen worden.
De deskundigen
De inzet bij deze problematiek is altijd: het hele gezin helpen. Je kunt niet voor een kind zorgen als je niet ook voor de ouders zorgt. Het kind wordt pas geholpen als het gezin wordt gerepareerd of als er na een scheiding de ouders wordt geleerd behoorlijk met elkaar om te gaan. Uitgaan van de kracht die er is in gezinnen en gebruik maken van de sociale netwerken van het gezin. Zoals de slogan van de Partij voor huiselijk geluk verwoordt: ‘Niet meppen, maar kleppen’.
Wat kan de politiek doen?
Richting de politiek hebben de deskundigen de volgende wensen/aanbevelingen:
- Voorkom dat er competitiestrijd ontstaat tussen provincie en gemeente
- Werk samen daar waar een gemeente te klein is om het jeugdzorgbeleid op kwalitatief hoog niveau uit te voeren
- Maak wetten en regels die uitvoerbaar zijn en laat je niet leiden door scoringsdrift
- Reageer niet alleen op incidenten met nieuwe regelgeving; niet alles is te voorkomen
- Geef vertrouwen aan de mensen in het werkveld
- Zorg voor heldere en korte lijnen onderwijs-hulpverlening
- Breng alle jeugdzorgactiviteiten onder één financiering
- Zorg voor een heldere verwijsindex en school onderwijzend en zorgpersoneel in signaleren en melden
Persoonlijke indruk
Tien jaar geleden las ik in de NRC het volgende: in een goedlopend gezin staan de kinderen op het podium en de ouders in de coulissen. Bij een scheiding en in andere conflictsituaties is het andersom: dan staan de ouders zelf op het podium en de kinderen in de coulissen. Daar moest ik gisteravond almaar aan denken bij het zien van de film en tijdens de discussie. De film toonde ouders die enorm met zichzelf in de weer waren, met hun rechten om omgang met hun kind te hebben, los van de vraag of dat goed is voor het kind. De deskundigen van deze avond lijken ook vooral doende met de ouders, in het belang van het kind, dat wel, maar toch. Onderwijzenden en hulpverleners laten weten dat er soms angst is om je met een probleemgezin te bemoeien, dat zij er niet alleen naar toe durven. In dat gezin leven de kinderen waar het om gaat. ‘Wie praat er eigenlijk met de kinderen?’ vroeg een belangstellende aanwezige. Wie haalt het kind uit de coulissen?
De aanwezige agent was duidelijk: ‘Niets doen helpt zeker niet!’
Volop reden om je als gemeentelijke politiek te verdiepen in de problematiek en proactief na te denken over de gemeentelijke vormgeving van de zorg voor kinderen in conflictsituaties. Want laten we alsjeblieft één ding zien te voorkomen: dat de instanties op het podium over elkaar heen buitelen en de kinderen en ouders in de coulissen moeten afwachten.
Zie ook: www.partijvoorhuiselijkgeluk.nl
Wil Legemaat![]()
Het geweten in relatie tot het geheugen
woensdag 20 oktober 2010
Tijdens de raadsvergadering van 18 oktober werd door raadslid Jeroen Niezen (GL) een verklaring afgelegd. Het hoofdbestanddeel van de verklaring was een relaas van de feiten rond het rapport van Draaijer en Partners (second opinion opbrengst ontwikkeling Haderaplein), zoals Niezen die zich herinnert. Aan het slot van de verklaring zei hij het volgende: “De lezer van deze verklaring zal vermoedelijk het eerst gaan denken dat mijn geheugen niet in orde is. Het is Niezen tegenover “de rest”. Daar staat tegenover dat mijn herinnering nu eenmaal zo is als die is. Mijn gevoel zegt mij dat ik daarin volledig zuiver heb gehandeld. Als ik gelijk heb, dan hebben andere betrokkenen op dit punt een slecht geheugen, wat in mijn ogen goed mogelijk is. Tot op de dag van vandaag handel ik naar eer en geweten, in het belang van de gemeente.”
Hierover nadenkend bedacht ik dat de uitkomst van een raadsonderzoek naar de gang van zaken weleens een reeks van dergelijke verklaringen kan opleveren: elke persoon die bij het onderwerp betrokken is, heeft zijn eigen ervaringen, zijn eigen herinneringen en dat levert eigen verhalen op die van de andere verhalen kunnen verschillen. Elke betrokkene kan naar eer en geweten uit zijn geheugen putten en als dat geheugen een ander verhaal oplevert dan dat van anderen, zeggen: ‘Als ik gelijk heb, dan hebben de anderen een slecht geheugen’. Maar wie heeft gelijk? Dat blijft de hamvraag.
Daarover nadenkend viel mij een stelling te binnen, bij nader inzien ontleend aan Godfried Bomans: ‘mensen hebben vaak een goed geweten door een slecht geheugen’. Met die uitspraak heb ik mijn inbreng aan het debat besloten, met de toevoeging dat ik dit in het algemeen stelde. Ik realiseer me nu dat toehoorders mijn gedachtegang, die eraan vooraf ging, niet meekregen. Het was nadrukkelijk niet mijn intentie deze stelling aan de verklaring van Jeroen Niezen te koppelen. De intentie was alleen maar verduidelijken dat het geheugen de herinneringen bepaalt en dat de werking en de kwaliteit van het geheugen van invloed is op die herinneringen. Dat geldt voor iedereen. En het gevolg is – en dat wilde ik er mee uitdrukken – dat verschillende herinneringen niet zomaar de conclusie kunnen opleveren dat iemand onwaarheid spreekt.
Wil Legemaat
Raad neemt voortouw bij bezuinigingen en begint met eigen budget
1 juli 2010
Er zal de komende jaren drastisch bezuinigd moeten worden, dat is wel duidelijk,
ook al is het wachten nog steeds op de besluiten van de landelijke overheid.
We komen uit een cultuur waarin we geprogrammeerd zijn op groei en telkens iets
meer. De knop zal moeten worden omgezet en wat D66 betreft met onmiddellijke
ingang, want de toekomst begint immers vandaag. De gemeenteraad,
verantwoordelijk voor de gemeentelijke financiën, moet daarbij het voortouw
nemen en het goede voorbeeld geven.
Samen met GVH diende D66 tijdens de raadsvergadering van 28 juni een motie in,
die door een ruime meerderheid van de raad gesteund werd. Daarmee werd besloten
dat alle uitgaven ten behoeve van het functioneren van de gemeenteraad zullen
worden verminderd met minstens het percentage waarmee de inkomsten uit het
gemeentefonds zullen minderen. Een groepje raadsleden zal, samen met de
griffier, de motie uitwerken in een concreet voorstel.
Wil Legemaat
D66 wil geen Shared Space op de Meerweg en in het Stationsgebied
26 mei 2010
Over het verkeersconcept Shared Space is veel
gepraat en de meningen erover waren en zijn verdeeld. Het mengen van alle
verkeersstromen bezorgt met name de kwetsbaarste verkeersdeelnemers (fietsers
en voetgangers en met name de jongsten en de oudsten onder hen) een onveilig
gevoel. Shared Space voelt onveilig, dus is het onveilig. Maar dat laatste is
aantoonbaar niet waar. Sinds de invoering van Shared Space in de dorpskom is
het aantal verkeersongevallen sterk afgenomen en het toegebrachte letsel is
veel minder ernstig. Maar dat onveilige
gevoel dan? Het onveilige gevoel is een belangrijke factor in het concept: het
is nodig om de verkeersdeelnemers alert te houden.
We komen uit een verkeerscultuur waarin alles zo keurig geregeld was: separate
verkeersstromen met rechten en plichten. Ieder kon zich in z’n eigen baan zo
snel mogelijk verplaatsen. Dat voelde veilig, maar was het dus niet: er
gebeurden meer en ernstiger ongelukken.
In een Shared Spacegebied houden alle verkeersdeelnemers rekening met elkaar.
Dat betekent dat iedereen met z’n hoofd bij de les moet blijven. En dat blijft
voor veel mensen lastig. Wie moeite heeft met snel anticiperen of wie met de
ipod aan het oor onbekommerd wil fietsen, zal nooit blij zijn met Shared Space.
Shared Space moet voldoen aan
voorwaarden
Het feit dat het verkeersconcept Shared Space in de dorpskom leidt tot minder
ongevallen, is nog geen reden om het overal maar toe te passen. Er moet een
zekere verkeersintensiteit zijn. Wie alleen op de weg is, zal niet gemotiveerd
zijn heel langzaam te rijden en scherp op de omgeving te letten. En waar heel
veel ouderen of jonge kinderen van de weg gebruik maken, is ook voorzichtigheid
geboden: voor hen kan Shared Space erg ingewikkeld zijn. Wanneer het merendeel
van de weggebruikers heel jong of heel oud is moet je je afvragen: draagt het
verkeersconcept wel bij aan de verkeersveiligheid? Een belangrijk aandachtspunt
bij de inrichting van het Stationsplein!
Shared Space is geen concept dat je buiten de bebouwde kom zomaar kunt toepassen.
Het idee om de Meerweg na de reconstructie uit te rusten met drie
verkeerspleinen waar alle verkeersstromen bij elkaar komen, zodat ‘de snelheid
eruit gehaald wordt’ is volgens D66 zeer ongewenst om meerdere redenen. Daar
waar de maximum snelheid 60 km per uur is en waar de verkeersstromen gesepareerd
zijn, is het levensgevaarlijk om zomaar een verkeersplein met Shared Space aan
te leggen. Bovendien zijn overtredingen er waarschijnlijk niet te bekeuren.
Iedere bekeurde kan bezwaar aantekenen bij de rechter.
Shared Space: prima waar het bijdraagt aan de verkeersveiligheid, maar gebruik
het concept niet om de ‘zwakke’ verkeersdeelnemers te gebruiken als
verkeersbelemmerende factoren.
Wil Legemaat
De website van de gemeente Haren: bijna onderaan de lijst
16 mei 2010
In de vorige eeuw was de gemeente Haren er snel bij met een eigen website.
En die zag er goed uit. Gaandeweg kreeg de gemeentelijke site last van de wet
van de remmende voorsprong. Andere gemeenten, die later op het wereldwijde web
verschenen, scoorden beter dan Haren.
De site zag er fraai uit, met mooie iconen. Dat was tevens een deel van het
probleem: moest er een nieuwe link worden toegevoegd, dan duurde het maanden
eer de ontwerper een nieuw icoon had aangeleverd.
Naast de reguliere financiele investeringen werd in 2006 100.000 euro
‘zaaigeld’ uitgetrokken om te zorgen voor digitalisering van de gemeentelijke
diensten en het archief. De burger kreeg een digitale identiteit: DigiD en een
Burger Service Nummer (BSN). Met de combinatie van die twee zou de burger via
internet het contact met de plaatselijke overheid kunnen onderhouden: een
kapvergunning, bouwvergunning, een uitkering, een identiteitsbewijs of
huishoudelijke hulp in het kader van de WMO aanvragen, documenten aanvragen of
bezwaar maken tegen de hoogte van de WOZ-aanslag bijvoorbeeld.
Het vlotte niet erg en in 2007 werd besloten dat een geheel nieuwe site gebouwd
zou worden met een nieuw besturingssysteem. Want daar zou het probleem liggen. Samen
met de gemeente Tynaarlo, dat was effectief en voordelig, werd beloofd.
Op 4 januari 2008 ging de nieuwe site, vergezeld van veel enthousiaste woorden,
de lucht in. Maar het digitaal loket van de gemeente Haren kwam niet van de
grond en de site bleek op onderdelen zelfs ontoegankelijker dan zijn
voorganger. Nog geen anderhalf jaar later werd in de Bouwstenenbrief opnieuw om
150.000 euro gevraagd voor weer een nieuwe website met een nieuw Content Management
System. Want daar zou het probleem liggen. Maar… de site in Tynaarlo voldeed
prima, hoe kon dat? Dat zou komen doordat Tynaarlo meer software had afgenomen.
We zijn inmiddels weer bijna een jaar verder en nog geen steek opgeschoten. Wie
op www.haren.nl iets zoekt met de
zoekfunctie, krijgt rijp en groen voor de kiezen. Meer dan honderd hits is
eerder regel dan uitzondering.
Op http://monitor.overheid.nl/ waar maandelijks de websites van de Nederlandse gemeenten worden beoordeeld zien we de gemeente Haren op plaats 392 (van de 430) staan, met een score van een schamele 25,24% (hoogste score 82,08%). In de provincie Groningen komt Haren op plaats 22 van de 23. De hoogste score is hier voor de gemeente Groningen: ruim 54%.
Van het kastje naar de muur
Droef gesteld is het met de digitale dienstverlening van de gemeente
Haren. Via het zogenaamde digitaal loket beland je in de meeste gevallen op de
informatiesite van de landelijke overheid, waar je weer wordt doorgestuurd
naar… de gemeente. Een voorbeeld: stel dat je een café wilt beginnen en
daarvoor een drank- en horecavergunning nodig hebt. Dan klik je in de menubalk
op ‘ondernemers’. Dan op ‘ondernemen in Haren’ en daar op ‘vergunningen en
ontheffingen’. Ha: daar staat het, met een klikstreepje eronder. Maar dan: de
site is verhuisd naar het digitaal loket. Daar een kopje ‘Economische
aangelegenheden’. Klik: horeca. Doorklikmogelijkheden: nul. De bladzijde
digitaal loket geeft geen andere links. Dan via de beginletters op onderwerp zoeken.
Beet! Drank- en horecavergunning. Klik. Nu kom je op de site van de landelijke
overheid, waar na een lap tekst staat dat u de vergunning moet aanvragen bij uw
gemeente. Dat schiet lekker op! Bezoek ter vergelijk eens het e-loket van de gemeente Groningen en er gaat een wereld open.
Feitelijk komt de digitale dienstverlening in Haren niet veel verder dan het digitaal
kunnen doorgeven van een verhuizing, terwijl bij veel andere gemeenten
inmiddels vrijwel de hele dienstverlening digitaal, dus zeven dagen per week,
vierentwintig uur per dag, beschikbaar is. Het archief is nog altijd niet
gedigitaliseerd. Het zaaigeld van 2006 heeft zo te zien geen enkele oogst
opgeleverd.
D66 hield voortdurend de vinger aan de
pols
De afgelopen raadsperiode heeft het D66-raadslid Menno Visser minstens zeven
keer aandacht gevraagd voor de gemeentelijke website. Telkens weer werd
aandacht voor de site toegezegd en verbetering beloofd, maar als we de lijst
klachten over de site van 2006 bekijken, moeten we met schrik constateren dat
er nog bijna niets verbeterd is.
Voortdurend werd de indruk gewekt dat het zou gaan om de techniek, om het CMS. Eind
2007 stelde D66 voor met de gemeente Haren aan te sluiten bij www.meldingkaart.nl waar burgers
rechtstreeks kunnen melden als er in de buurt iets aan de hand is. Het college
reageerde positief; zodra de nieuwe site operationeel was, zou er aandacht aan
besteed worden. Tot heden is er niets van gekomen.
Wat kan de gemeenteraad doen?
Afgelopen week volgden de raadsleden van D66 een communicatieworkshop, verzorgd
door het communicatieteam van de gemeente. Daar werd veel ongenoegen uitgesproken over de staat van de
Harener website. De site als communicatiemiddel zou veel meer prioriteit moeten
hebben in de gemeentelijke organisatie. De site moet worden gevuld en
bijgehouden, zo actueel mogelijk zijn. De site als eigentijds
communicatiemiddel moet door de hele organisatie erkend en gedragen worden. Daar zou de raad iets aan moeten doen!
Nu zijn raadsleden er om kaders te stellen en controle uit te oefenen, maar niet om de uitvoering op te starten of te begeleiden.
Wat raadsleden wel kunnen doen is het college opdragen als de wiedeweerga werk
te maken van een deugdelijke website en van ambtelijke prioriteit en discipline
om die site bij te houden. Het is de hoogste tijd dat er een concrete projectplanning komt waarin, in heldere stappen, de opbouw, implementatie en organisatieaanpassing staat, die garandeert dat we binnen een paar maanden een nieuwe, goed werkende website hebben met actuele nieuwsberichten, eigentijdse dienstverlening en een digitaal meldpunt.
De fractie van D66 zal in de komende raadsvergadering vragen stellen en
mogelijk een motie, vreemd aan de orde van de dag, indienen. Dit laatste
afhankelijk van de antwoorden, die gegeven worden.
Wil Legemaat
De petten van D66
27 april 2010Tijdens de raadsvergadering van 27 april 2010 heb ik namens de fractie van D66 de volgende mededeling gedaan.
In de media, maar ook bij andere politieke partijen, leven kennelijk vragen over de meerdere petten van D66-raadsleden. Wel nu, wij prijzen ons gelukkig dat we drie fractieleden en een plaatsvervangend commissielid hebben die alle vier allerlei lijntjes naar de samenleving hebben. Je kunt als politieke partij niet beter wensen. Daar is niets geheimzinnigs, noch onverenigbaars aan.
De zorgboerderij, waar raadslid Marjan Bachman de leiding heeft, staat niet in een structureel subsidieverband met de gemeente, hoogstens is er incidenteel sprake van een projectsubsidie, zoals elke Harener die kan aanvragen en daar zijn de gebruikelijke procedures voor toewijzing en controle bij van toepassing.
Raadslid Fokke Fennema, predikant, scheidt kerk en staat volledig.
Ons plaatsvervangend commissielid Oscar Keet werkt bij een zusteronderneming van Geveke, onderdeel van Koop Holding en heeft daar keurig een nevenbeding getekend.
Wat mijzelf aangaat, ik ben autonoom, alleen aan mezelf verantwoording schuldig en ik werd en word door niemand betaald voor wat dan ook. Wie teksten van mij aantreft op andere sites dan die van D66, moet de beheerders van die sites aanspreken: ze hebben het dan gewoon overgenomen, iets dat van mij mag overigens.
Mocht iemand nog vragen hebben of wantrouwen ten aanzien van de vele D66-petten, dan stelt de fractie van D66 voor dat de raad een extern bureau verzoekt de petten van alle raadsleden te onderzoeken, zodat voor eens en altijd de ruis die er nu is ontstaan kan worden weggenomen.
Wil Legemaat
Aan de slag!
18 april 2010Het is lang rustig geweest op de doorgaans levendige site van D66 afdeling Haren. Na een intensieve campagneperiode volgde formatiestilte. Op 22 maart nam D66 op verzoek van de fracties van PvdA, GL, CU en GVH het stokje over van de VVD.
Gesteund door onze fractie- en steunfractieleden begonnen Gerben en ondergetekende een volkomen nieuwe informatieronde met alle partijen, die zoals u weet uitmondde in de vorming van een paars college: D66, VVD en PvdA.
Een boeiend en leerzaam proces. Plezierig was dat D66 geen last heeft van oud zeer, dat de gesprekken op basis van inhoud gevoerd konden worden en dat wij zo objectief mogelijk te werk konden gaan tot en met de portefeuilleverdeling, die plaatsvond op basis van geschiktheid, kennis en ervaring. Alle gesprekken verliepen in een zeer constructieve en prettige sfeer en het is dan ook jammer dat we enkele partijen moesten teleurstellen. Niet omdat D66 niet met die partijen in een college zouden willen, integendeel.
Binnen de door ons gestelde kaders: inhoudelijke overeenkomsten en drie wethouders die elk 0,8 fte formatie krijgen, heeft de gekozen combinatie het grootste draagvlak en beslaat het breedste politiek spectrum.
Het was een mooi begin van een nieuwe raadsperiode. Met Fokke, Marjan en Oscar als betrokken achterban hebben we enkele weken in een hogedrukpan gezeten. Pittige discussies met als uitkomst altijd consensus op basis van argumenten.
Woensdag draagt de fractie van D66 Gerben Pek voor als wethouder. Marjan Bachman zal dan als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd. En dan: aan de slag!
Wil Legemaat



word lid






