Beluister deze pagina met proReader

Minder ongelukken en toch geen veiliger gevoel: RTG 8 januari 2008

dinsdag 8 januari 2008

In 1999 besloot de gemeente Haren alle wegen in de gemeente in twee categorieën te verdelen: VERKEERSLUWE wegen, die liggen in woon-, recreatie- en verblijfsgebieden en waar een maximum snelheid moet gelden van 30 km/uur in de bebouwde kom en 60 km/uur buiten de bebouwde kom. En VERKEERSADERS: wegen die een gebied ontsluiten of een doorstroomfunctie hebben; hier geldt een maximumsnelheid van 50 of 70 km/uur binnen de bebouwde kom en 80, 100 of 120 km/uur buiten de bebouwde kom. Haren doet met deze categorisering mee in het nationaal plan Duurzaam Veilig. Het nationale doel is daarbij zoveel mogelijk uniformiteit en duidelijkheid in het verkeer te scheppen. Het hoofddoel van de gemeente Haren is: het vergroten van de verkeersveiligheid.
Op basis van dit plan hebben veel wegen een ander karakter gekregen en zijn er ruime 30 km-zones ingesteld. In de dorpskom is het Share Spaceproject opgezet.
De Grontmij, destijds de opsteller van het plan, heeft thans een lijvig evaluatierapport gemaakt. Dit wordt vanavond in een RTG besproken. Aanwezig zijn vertegenwoordigers van de zes raadsfracties en vertegenwoordigers van verscheidene groeperingen: de ANBO, fietsersbond, werkgroep Onnerweg, Glimmen, Noordlaren.
Objectief gezien blijkt dat door het nieuwe verkeersbeleid het aantal ongevallen en verkeersslachtoffers flink gedaald is. Dat wil niet zeggen dat de burgers ook het gevoel hebben dat het verkeer in Haren veiliger is geworden, integendeel.

De heer Warners van de ANBO vraagt namens de ANBOleden om handhaving van de regels in het dorpscentrum. Ouderen zijn angstig daar te fietsen. Het onderhoud van de voetpaden laat te wensen over, waardoor ouderen met hulpmiddelen belemmeringen ondervinden. De wegencategorisering moet duidelijker kenbaar gemaakt worden. En de ANBO vraagt de gemeente de burgerparticipatie serieuzer te nemen. De ANBO wil graag aandacht voor alle wegen in Haren.
De heer Boersma van de Verkeerswerkgroep Onnerweg ondersteunt de categorisering, maar wijst er op dat Harenaars zich minder veilig voelen in het verkeer. Dat mag de gemeente niet afdoen met cijfers over minder ongevallen. Kritieke knelpunten moeten worden aangepakt, de wegen moeten passend bij de categorie zijn ingericht, Duurzaam Veilig moet duidelijk ingevuld worden, regels moeten worden gehandhaafd. Boersma vindt dat meer burgers bij de evaluatie hadden moeten worden betrokken. De werkgroep wil op de Onnerweg graag een duidelijke inrichting als 30 km-zone met uniforme kruispunten, controle op 30 km/uur, verkeer uit Onnen via Felland leiden en afsluiting van de spoorwegovergang voor gemotoriseerd verkeer.
De heer Offringa van de Werkgroep Verkeer Glimmen heeft in 2007 een inventarisatie van de knelpunten in een brief verwoord en naar alle raadsfracties verzonden. Alleen D66 heeft daarop gereageerd. In het oorspronkelijke plan zou er ook in de kern van Glimmen een 30 km-zone komen; dat is niet gebeurd. Intussen is de Rijksstraatweg in Glimmen de Zuidtangent van de stad Groningen geworden: veel (zwaar vracht)verkeer gaat bij De Punt de A28 af en rijdt via Glimmen naar de Dr. Ebelsweg en zo naar de A7. En omgekeerd. Gevreesd wordt een verergering van de problemen door de ontwikkeling van Meerstad en tijdens de reconstructie van het Julianaplein. Vooral ’s nachts gaat er veel sluipverkeer door Glimmen. Veel inwoners van Glimmen willen graag een 30 km-zone van de Nieuwe Schoolweg tot de Meentweg, zebrapaden op de Rijksstraatweg en permanente snelheidscontrole.
Bob de Vries is er namens de Fietsersbond. Hij is teleurgesteld dat er in een vorige participatieronde niets gedaan is met de ‘input’ van zijn organisatie. Reden waarom de bond niet heeft meegedaan met de evaluatie-interviews.
Jos Stroomer (PvdA), inwoner van Noordlaren, wijst op het vrachtverkeer dat, gedirigeerd door TomTom’s, door de straten van Noordlaren raast. Hij zou willen dat wegen, waaraan geen bedrijven staan, worden verboden voor vrachtverkeer. Idem in de buurt van speelplekken.

Uit de discussie die ontstaat kan het volgende worden samengevat:
- Het is voor bewoners onduidelijk wat Duurzaam Veilig precies inhoudt en hoe en wanneer het gestalte krijgt. Op papier staat het prachtig, maar in de praktijk zijn veel ‘halve maatregelen’ waarneembaar. Op een brede weg zonder obstakels 30 km/uur moeten rijden bijvoorbeeld. Of ‘Verkeersluw’ suggereren terwijl er duizenden auto’s per dag rijden: doorgaand verkeer of sluipverkeer.
- Van oudsher doorgaande wegen vallen nu in de categorie ‘Verkeersluw’, met de bijbehorende snelheidsbeperking, maar het verkeersvolume is helemaal niet afgenomen; deze wegen worden nog steeds als doorgaande wegen gezien en gebruikt en weggebruikers zijn ook geneigd dan harder dan 30 km/uur te rijden. Is dat een proces van gewenning? Voor de inwoners van Haren mogelijk wel, maar het meeste doorgaand verkeer komt juist van elders. Bewoners verwachten dan ook maatregelen die het doorgaand verkeer weren en handhaving van de maximum snelheid. Voorbeeld: Onnerweg.
- Veel wegen hebben wel een ander snelheidsregime, maar zijn (nog) niet als zodanig ingericht, dat werkt verwarrend en nodigt vaak uit tot te hard rijden.
- Vrijwel niemand wil terug van 30 km/uur naar 50 km/uur. Maar er moet wel controle zijn. Uit de reactie van wethouder Boekel wordt duidelijk dat er weinig kans is dat de politie hoge prioriteit zal geven aan dit soort werk.
- Afsluiting van wegen voor doorgaand verkeer is niet eenvoudig. Het probleem wordt daarmee meestal verlegd naar elders.
-Bewoners willen graag betrokken worden bij de inrichting van hun straat. Raadsleden moeten goed luisteren naar de ervaringen van burgers en de subjectieve gevoelens van onveiligheid serieus nemen en proberen hier wat aan te doen.

Kortom: de uitgangspunten staan niet ter discussie, de uitwerking wel. Er wordt meer duidelijkheid gewenst: in een verkeersluw gebied moet doorgaand verkeer geweerd worden, een 30-kmgebied moet als zodanig herkenbaar zijn en sluipend vrachtverkeer moet geweerd worden. Inwoners voelen zich onveiliger en dat mag niet worden afgedaan met cijfers over het aantal ongevallen.

Naschrift:
Minder ongelukken en toch geen veiliger gevoel
Voorheen waren de wegen zodanig ingericht dat de soorten weggebruikers zoveel mogelijk gesegregeerd waren, de wegen recht en zonder obstakels, zodat het verkeer zo snel mogelijk kon doorstromen. Duidelijke rechten en plichten. Dit gaf de meeste weggebruikers een gevoel van veiligheid. Maar schijn bedriegt: het aantal verkeersongevallen was groot en het letsel vaak ernstig. In het nieuwe denken moeten de weggebruikers de ruimte weer samen gaan delen, anticiperen op andere verkeersdeelnemers. In woon- of verblijfsgebieden moet de snelheid drastisch lager en hebben sterke en zwakke verkeersdeelnemers gelijke rechten en plichten. Dit vereist van de weggebruikers een heel andere attitude. Het nieuwe verkeersbeleid geeft de weggebruiker een groot deel van zijn eigen verantwoordelijkheden terug. Alle verkeersdeelnemers, of ze nu een vrachtwagen besturen of een rollator, zullen voortdurend attent moeten zijn en rekening moeten houden met alles wat zich op de weg bevindt. Dit geeft onvermijdelijk een verminderd gevoel van veiligheid: niemand kan zich meer verschuilen achter rechten en plichten en regels, maar is zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag. Dat moet wennen. Er wordt direct weer gevraagd om regels en duidelijkheid, om rechten en plichten en vooral: handhaving ervan. Dat geeft houvast en houvast suggereert veiligheid. Maar ondertussen is het aantal ongevallen behoorlijk afgenomen en het letsel dat ontstaat is in het algemeen minder ernstig te noemen. Het verkeer in Haren is objectief gezien beslist veiliger geworden. Het onveilige gevoel is de prijs die we daarvoor betalen. En die prijs drukt onmiskenbaar zwaarder naarmate de weggebruiker kwetsbaarder is: een fietser mag dan gelijk zijn aan een automobilist, maar zo voelt hij zich niet. En zelfs als het een kwestie van gewenning is, zal het erg moeilijk blijven voor de meest kwetsbare verkeersdeelnemers: jonge kinderen en oude mensen, die (nog) niet (meer) in staat zijn adequaat te anticiperen op het gedrag van anderen. Dat moeten we met elkaar erkennen.

Wil Legemaat





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


online netwerken