Beluister deze pagina met proReader

D66 kijkt terug: Olga Scheltema, eerste D66-wethouder in Haren gaf burgerparticipatie een flinke impuls

maandag 18 januari 2010

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1974 hadden de ‘linkse’ partijen de handen ineen geslagen. PvdA, PPR, PSP en D66 namen met een gezamenlijke lijst deel aan de verkiezingen, onder de naam ‘Progressieve Partijen’ (PP). Vijf zetels werden binnengehaald en dat hadden er zes kunnen zijn, ware het niet dat er binnen de PvdA een afsplitsing was ontstaan, waardoor er ook een zetel werd ingenomen door het Socialistisch Appèl.
De progressieve fractie bestond uit drie leden van de PvdA, een van D66 en een van de PPR. Deze fractie kandideerde het D66-lid Olga Scheltema voor het wethouderschap. De PP vormden een coalitie met de VVD (6 raadszetels) en de protestants-christelijke fractie (5 zetels). Een dijk van een coalitie: 16 van de 17 zetels! Maar dat betekende geenszins dat de besluitvorming in die periode vlot verliep, integendeel. De verhoudingen tussen de raadsfracties waren lang niet altijd goed. Door de VVD werd de progressieve combinatie vaak als bedreigend ervaren.
Olga Scheltema kreeg de portefeuille die in 1966 in het leven was geroepen voor de derde wethouder (tot dat moment had Haren twee wethouders) van de PvdA. In deze portefeuille waren welzijn, sport, recreatie, milieuzaken, sociale zaken, volkshuisvesting en werkgelegenheid ondergebracht. Een lichte portefeuille met onschuldige zaken, vond men in 1966. Maar in acht jaar tijd won de portefeuille enorm aan gewicht: de beleidsterreinen werden belangrijker en het bleken bij uitstek aspecten waarbij burgerparticipatie kon worden vormgegeven.
Olga Scheltema: “Men dacht lange tijd: ach, sociale zaken, welzijn, milieu, dat stelt niet veel voor, maar er bleek juist heel wat van te maken. Toen ik aantrad vonden de VVD en de christelijke fractie opeens dat de portefeuilles opgeschud en herschikt moesten worden. Vooral de milieuportefeuille wilde de VVD niet in linkse handen. Die hoorde beter bij ruimtelijke ordening. En wij wilden een Commissie Maatschappelijk Welzijn instellen, maar dat gunden de anderen ons nauwelijks, bang als ze waren voor linkse invloeden.
Zo verdwenen de milieuzaken uit de ‘zachte’ portefeuille. Wethouder Olga Scheltema nam de invloed, betrokkenheid en participatie van de burgers voortvarend ter hand. En zo werden in deze coalitieperiode de Culturele Raad, de Sportraad en de Wijkraad Oosterhaar ingesteld. En er werd, meer dan voorheen, samenhangend beleid gemaakt.
Olga was de eerste vrouwelijke wethouder met jonge kinderen in Haren. Bij haar aantreden waren haar kinderen vijf, drie en een jaar. Daar werd in 1974 vreemd en soms afkeurend tegenaan gekeken. Olga: “Dat jonge moeders gingen werken, was nog niet geaccepteerd. En voor mij voelde het ook dubbel: ik wilde graag werken, maar thuis mocht van mij niemand daar wat van merken. Mijn collega’s Rozema en Edzes waren gewend de collegebesprekingen te houden van vijf uur ’s middags tot acht uur ’s avonds. Ik zei meteen: dan kan ik niet, dan is het thuis spitsuur. Daar sputterden ze wel tegen, ze vonden in feite dat vrouwen met kleine kinderen gewoon thuis hoorden te blijven. Maar de vergadertijden zijn wel aangepast.”

Wil Legemaat
Zie voor meer: ’Rood in de groene parel, de geschiedenis van de sociaaldemocratie in Haren” door Wil Legemaat en Elsbeth Wieselmann, 2006.

 





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


online netwerken