Beluister deze pagina met proReader

D66 en het rapport van de Voorbereidingscommissie Raadsonderzoek

zondag 18 september 2011

Zaterdag 17 september ontvingen wij het rapport van de Voorbereidingscommissie Raadsonderzoek. Namens D66 maakte raadslid Marjan Bachman deel uit van deze commissie. Zij wenst zich te distantieren van de conclusies van dit rapport. Een toelichting op dat besluit kunt u hieronder lezen.
De fractie van D66 zal deze week het rapport bestuderen en zich uitvoerig informeren om volgende week maandag het debat in de raad gefundeerd en inhoudelijk te kunnen voeren.

Rapport Voorbereidingscommissie Raadsonderzoek

Bijlagen bij het rapport Voorbereidingscommissie Raadsonderzoek


Reacties van Marjan Bachman, Mariska Sloot en René Valkema op het rapport


Haren, 13-09-2011

Toelichting op het standpunt van  M.J. Bachman t.a.v. de eindconclusie van het rapport van de voorbereidingscommissie.

In de vergadering van 13 december 2010 heeft de raad mij benoemd als lid van de voorbereidingscommissie raadsonderzoek. De commissie heeft als opdracht te komen met een definitief voorstel een raadsonderzoek uit te voeren (of juist niet) naar het door het college gevoerde bestuur rondom de besluitvorming en informatieverstrekking Haderaplein. Tevens is de commissie belast met het opstellen van de relevante onderzoeksvragen.

De krappe meerderheid van de voorbereidingscommissie heeft nu een rapport aangeboden met een open einde, d.w.z. dat de commissie geen advies geeft en het besluit om al dan niet een raadsonderzoek te houden weer bij de raad legt. Een rapport met een conclusie, waar ik mij niet in kan vinden.
De commissie heeft, volgend uit de motie van 21-10-2010, drie centrale vragen geformuleerd die de raad beantwoord zou willen zien, teneinde de twijfels over de gang van zaken rondom besluitvorming en informatieverstrekking Haderaplein weg te nemen.
De commissie stelt vast dat de normale controlemiddelen van de raad ontoereikend zijn om antwoorden te vinden op deze onderzoeksvragen.
De commissie laat tevens zien dat er geen of onvoldoende argumenten zijn om vanwege de zgn. nadere afwegingen, zoals aangereikt in de Handleiding recht van onderzoek in de gemeentelijke praktijk, af te zien van een raadsonderzoek.

Naar mijn mening kan bovenstaande slechts betekenen dat, wil men de onderzoeksvragen beantwoord zien, en dat was de strekking van de motie 21-10-2010 die geleid heeft tot het instellen van de voorbereidingscommissie, dit zou moeten leiden tot een raadsonderzoek. Deze conclusie trekt de commissie niet.
De in samenvatting van het rapport opgenomen argumenten tegen een eventueel in te stellen raadsonderzoek (bestuurders van destijds zijn al weg, hoogstwaarschijnlijk komen er geen nieuwe feiten aan het licht, er komt verbetering in de toekomstige projectorganisatie van de gemeente) niet kan onderschrijven.

Tot slot: ik zou mijn politieke geweten geweld aandoen indien ik voorbij zou gaan aan informatie die de commissieleden in het kader van het onderzoek hebben kunnen delen.

Daarom kan en wil ik mij niet verantwoordelijk voelen voor de openeind conclusie van het rapport van de voorbereidingscommissie.

Marjan Bachman
D66





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


online netwerken