Beluister deze pagina met proReader

D66 en de WMO: ondersteun en versterk de initiatieven uit de samenleving en bouw geen eigen verzorgingsstaatje

dinsdag 9 februari 2010

In 2007 werd de WMO ingevoerd en maandagavond vond er, op inititatief van de WMO-raad, een debat met vertegenwoordigers van politieke partijen plaats. Een wat rommelig debat met soms veel opwinding onder het publiek. Kennelijk is er nogal wat onrust en onvrede over dit onderwerp en in elk geval veel zorg over de toekomst. Jammer was dat het voornamelijk over geld ging en zo weinig over de inhoud.


Wat vindt D66 van de WMO en van de wijze waarop de gemeente Haren invulling geeft aan de uitvoering van de WMO?

1. D66 kan zich in de geest van de WMO uitstekend vinden: de verantwoordelijkheid terugbrengen bij de burger. D66 gelooft dat niemand beter weet wat goed voor hem of haar is dan de burger zelf. Het afbouwen van de verzorgingstaat, die mensen afhankelijk en onmondig maakt en het opbouwen van een participatiesamenleving, waarin iedere burger kan meedoen zonder betutteld te worden, is geheel in lijn met de uitgangspunten van D66. De overheid ondersteunt en stimuleert de wijze waarop burgers de zorg voor elkaar vorm geven en verzorgt het vangnet daar waar dat niet op natuurlijke wijze gebeurt. D66 wil streven naar maximale autonomie voor het individu en wil gemeenschapszin aan de basis stimuleren. D66 wil de WMO uitgevoerd zien naar de letterlijke betekenis: ondersteuning door de overheid, als laatste vangnet, daar waar andere sociale netwerken niet aanwezig zijn. In Haren kan dat heel goed, want daar functioneren verscheidene uitstekende netwerken en organisaties die alle veel voortreffelijk werk op uiterst efficiënte wijze verrichten. Te noemen bijvoorbeeld: ouderenbonden ANBO en PCOB, Humanitas, buurthuizen, stichting ouderenvervoer Haren, Algemene Hulpdienst Haren, De Zonnebloem, verenigingen, kerkelijke verbanden.

2. D66 kan zich in de opzet van de uitvoering van het WMO-beleid door de gemeente Haren wel vinden: ‘gekend en bekend zijn’ en pas inspringen als er geen natuurlijk netwerk is. Maar: dwang en indringen in de persoonlijke levenssfeer van de burgers zijn voor D66 uit den boze. Burgers dienen verleid te worden, niet gedwongen en uiteindelijk is de keuze altijd aan de burger zelf.

3. D66 ziet de plaatselijke overheid het liefst in een dienende, faciliterende en regisserende rol. Zo min mogelijk in een uitvoerende rol. 

4. D66 wil dat initiatieven uit de samenleving gesteund en gestimuleerd worden: een consultatiebureau voor ouderen bijvoorbeeld of een burenhulpcentrale.

5. D66 heeft vraagtekens bij de wijze waarop de oorspronkelijke opzet van de WMO vorm heeft gekregen. Met alle respect voor de inzet en goede bedoelingen stelt D66 de vraag: zijn we op de juiste weg? Er is inmiddels een uitdijende door de gemeente gefinancierde welzijnsorganisatie die de coördinerende rol uitvoert en waar (een deel van) het ouderenwerk, het jongerenwerk en de steunpunten voor vrijwilligers en mantelzorgers zijn ondergebracht. D66 stelt de vraag of de gemeente hiermee niet op weg is een eigen klein verzorgingsstaatje te creëren? Moet er niet veel meer worden ingezet op de ondersteuning van de vele netwerken en organisaties die Haren al heeft? Bottom up in plaats van top-down? Deze organisaties krijgen in Haren hoogstens incidentele subsidies, waar veel andere gemeentes zulke organisaties structureel ondersteunen, al is het maar met gratis vergaderfaciliteiten. D66 wil dat de grote waarde van de bestaande netwerken erkend wordt, dat deze netwerken gestimuleerd en gesteund worden, maar nadrukkelijk zonder dat daar een verlammende papierwinkel of aantasting van de autonomie aan te pas komt. Want de kracht van deze netwerken en organisaties ligt meestal juist in het ontbreken van bureaucratie, in de korte lijnen, in gelijkwaardigheid (allemaal vrijwilligers, geen betaalde krachten) en in het ‘eigen baas’ zijn. Die kracht mag niet worden ondermijnd door coördinerende ‘professionals’. Natuurlijk mag er van de netwerken en organisaties gevraagd worden verantwoording over subsidies af te leggen, maar de grondhouding dient er een te zijn van vertrouwen, waardering en respect voor het eigen karakter en de eigen werkwijze. D66 is van mening dat elke euro die aan deze netwerken besteed wordt er tien bespaart aan andere vormen van zorg.

6. D66 vindt dat er altijd vraaggericht gewerkt moet worden, dat er vanuit vraag gedacht moet worden en niet vanuit bestaande voorzieningen. Want voorzieningen zijn er voor de burgers en niet andersom. Praten met jongeren en niet over jongeren, praten met ouderen en niet over ouderen. Praten met organisaties en niet over organisaties.
 
7. D66 vindt dat de signalen uit de samenleving en de adviezen van de WMO-raad minstens zoveel gewicht moeten hebben als het denken vanuit de ambtelijke organisatie of de politiek. Concreet: wanneer de ouderenbonden een consultatiebureau voor ouderen willen en de WMO-raad geeft daarover een positief advies, dan moet de overheid medewerking verlenen aan de realisatie. Hetzelfde geldt voor de locatie van het Lokaal Loket: dat moet op de plek waar dat het meest logisch en efficiënt en gewenst is.
 
Wil Legemaat





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


online netwerken