D66 en de WMO: ondersteun en versterk de initiatieven uit de samenleving en bouw geen eigen verzorgingsstaatje
In 2007 werd de WMO ingevoerd en maandagavond vond er, op inititatief van de WMO-raad, een debat met vertegenwoordigers van politieke partijen plaats. Een wat rommelig debat met soms veel opwinding onder het publiek. Kennelijk is er nogal wat onrust en onvrede over dit onderwerp en in elk geval veel zorg over de toekomst. Jammer was dat het voornamelijk over geld ging en zo weinig over de inhoud.
Wat vindt D66 van de WMO en van de wijze waarop de gemeente Haren invulling
geeft aan de uitvoering van de WMO?
1. D66 kan zich in de geest van de WMO uitstekend vinden: de verantwoordelijkheid
terugbrengen bij de burger. D66 gelooft dat niemand beter weet wat goed voor
hem of haar is dan de burger zelf. Het afbouwen van de verzorgingstaat, die
mensen afhankelijk en onmondig maakt en het opbouwen van een
participatiesamenleving, waarin iedere burger kan meedoen zonder betutteld te
worden, is geheel in lijn met de uitgangspunten van D66. De overheid
ondersteunt en stimuleert de wijze waarop burgers de zorg voor elkaar vorm
geven en verzorgt het vangnet daar waar dat niet op natuurlijke wijze gebeurt. D66
wil streven naar maximale autonomie voor het individu en wil gemeenschapszin aan
de basis stimuleren. D66 wil de WMO uitgevoerd zien naar de letterlijke
betekenis: ondersteuning door de overheid, als laatste vangnet, daar waar
andere sociale netwerken niet aanwezig zijn. In Haren kan dat heel goed, want
daar functioneren verscheidene uitstekende netwerken en organisaties die alle
veel voortreffelijk werk op uiterst efficiënte wijze verrichten. Te noemen
bijvoorbeeld: ouderenbonden ANBO en PCOB, Humanitas, buurthuizen, stichting
ouderenvervoer Haren, Algemene Hulpdienst Haren, De Zonnebloem, verenigingen,
kerkelijke verbanden.
2. D66 kan zich in de opzet van de uitvoering van het WMO-beleid door de
gemeente Haren wel vinden: ‘gekend en bekend zijn’ en pas inspringen als er
geen natuurlijk netwerk is. Maar: dwang en indringen in de persoonlijke
levenssfeer van de burgers zijn voor D66 uit den boze. Burgers dienen verleid
te worden, niet gedwongen en uiteindelijk is de keuze altijd aan de burger
zelf.
3. D66 ziet de plaatselijke overheid het liefst in een dienende, faciliterende
en regisserende rol. Zo min mogelijk in een uitvoerende rol.
4. D66 wil dat initiatieven uit de samenleving gesteund en gestimuleerd worden:
een consultatiebureau voor ouderen bijvoorbeeld of een burenhulpcentrale.
5. D66 heeft vraagtekens bij de wijze waarop de oorspronkelijke opzet van de
WMO vorm heeft gekregen. Met alle respect voor de inzet en goede bedoelingen
stelt D66 de vraag: zijn we op de juiste weg? Er is inmiddels een uitdijende door
de gemeente gefinancierde welzijnsorganisatie die de coördinerende rol uitvoert
en waar (een deel van) het ouderenwerk, het jongerenwerk en de steunpunten voor
vrijwilligers en mantelzorgers zijn ondergebracht. D66 stelt de vraag of de
gemeente hiermee niet op weg is een eigen klein verzorgingsstaatje te creëren? Moet
er niet veel meer worden ingezet op de ondersteuning van de vele netwerken en
organisaties die Haren al heeft? Bottom up in plaats van top-down? Deze
organisaties krijgen in Haren hoogstens incidentele subsidies, waar veel andere
gemeentes zulke organisaties structureel ondersteunen, al is het maar met
gratis vergaderfaciliteiten. D66 wil dat de grote waarde van de bestaande
netwerken erkend wordt, dat deze netwerken gestimuleerd en gesteund worden,
maar nadrukkelijk zonder dat daar een verlammende papierwinkel of aantasting
van de autonomie aan te pas komt. Want de kracht van deze netwerken en
organisaties ligt meestal juist in het ontbreken van bureaucratie, in de korte
lijnen, in gelijkwaardigheid (allemaal vrijwilligers, geen betaalde krachten)
en in het ‘eigen baas’ zijn. Die kracht mag niet worden ondermijnd door
coördinerende ‘professionals’. Natuurlijk mag er van de netwerken en
organisaties gevraagd worden verantwoording over subsidies af te leggen, maar
de grondhouding dient er een te zijn van vertrouwen, waardering en respect voor
het eigen karakter en de eigen werkwijze. D66 is van mening dat elke euro die
aan deze netwerken besteed wordt er tien bespaart aan andere vormen van zorg.
6. D66 vindt dat er altijd vraaggericht gewerkt moet worden, dat er vanuit vraag
gedacht moet worden en niet vanuit bestaande voorzieningen. Want voorzieningen
zijn er voor de burgers en niet andersom. Praten met jongeren en niet over
jongeren, praten met ouderen en niet over ouderen. Praten met organisaties en
niet over organisaties.
7. D66 vindt dat de signalen uit de samenleving en de adviezen van de WMO-raad
minstens zoveel gewicht moeten hebben als het denken vanuit de ambtelijke organisatie of
de politiek. Concreet: wanneer de ouderenbonden een consultatiebureau voor
ouderen willen en de WMO-raad geeft daarover een positief advies, dan moet de
overheid medewerking verlenen aan de realisatie. Hetzelfde geldt voor de locatie
van het Lokaal Loket: dat moet op de plek waar dat het meest logisch en
efficiënt en gewenst is.
Wil Legemaat
Meer nieuws
- Nieuwe burgemeester blijft minstens zes jaar 13-5-2012
- Algemene Ledenvergadering woensdag 16 mei 2012 6-5-2012
- Rapport onderzoek Raadhuisplein/Haderaplein adviseert: het moet professioneler 26-4-2012
- D66: helemaal okay voor jongeren! 25-4-2012
- Zernike College bij voorkeur aan de Kerklaan 24-4-2012
- Raad stelt bouwkaders Handy vast 24-4-2012
- Onderzoek raadsmotie door Rekenkamercommissie 18-4-2012
- Column Henk Boomker vraagt om reactie 11-4-2012
- Bouwdossier Intermezzo: motie van D66 krijgt raadsbrede steun 27-3-2012
- Statenfractie D66 bezoekt raadsfractie Haren 15-3-2012



word lid






