D66 en Afghanistan
In antwoord op de mail die wij na de nieuwjaarsborrel aan de D66-fractie in de Tweede Kamer stuurden, een mail waarin wij de wens van de meerderheid der aanwezigen verwoordden: geen steun aan het kabinetsvoorstel voor een politietraningsmissie in Afghanistan verlenen, ontvingen wij de volgende mail:
Hartelijk dank voor uw mail over het kabinetsvoornemen ten aanzien van een politietrainingsmissie in Afghanistan. Met u hebben vele anderen ons van hun vragen, suggesties en zorgen op de hoogte gesteld. De Tweede Kamerfractie van D66 neemt uw signaal zeer serieus, temeer daar wij nog geen standpunt hebben bepaald over deze missie. Ook wij als fractie zitten namelijk nog met veel vragen. Wij vinden het dan ook van groot belang om ons eerst zeer breed en diepgaand te laten informeren, alvorens tot een standpunt te komen.
Bij iedere nieuwe uitzending maken wij een nieuwe, grondige afweging. De kern van onze overweging bestaat uit de vraag in hoeverre een missie succesvol kan zijn. Die vraag staat ook nu centraal. Wij willen uitputtend onderzoeken of deze missie ten goede komt aan allereerst de Afghaanse bevolking en aan de ontwikkeling van de rechtstaat in Afghanistan. Als internationaal gerichte partij willen wij dat Nederland betrokken blijft bij het bevorderen van de internationale rechtsorde, zoals – uniek in de wereld – in onze Grondwet is vastgelegd.
D66 heeft dan ook – samen met Groenlinks – direct na het kabinetsbesluit van vrijdag 7 januari voorgesteld om in de Tweede Kamer een hoorzitting te houden met experts en belanghebbenden. Ook zullen wij het kabinet uitgebreid bevragen over de precieze invulling van deze missie. Hoe is nu precies de veiligheidssituatie in de provincie Kunduz, waar onze trainers en militairen eventueel hun werk zullen moeten doen? Welk mandaat krijgen onze mannen en vrouwen precies, wat mogen ze wel en niet doen? En hoe wordt deze missie gefinancierd? Voor D66 is van groot belang dat daarmee geen geld van Ontwikkelingssamenwerking – dat onder dit kabinet toch al moet inleveren – gemoeid is.
Deze en andere vragen zullen de komende periode beantwoord moeten worden. Voordat wij deze informatie hebben, vinden wij het te vroeg om al een “ja” of “nee” uit te spreken.
Voor uw begrip schets ik u nog even de voorgeschiedenis. D66 stemde in 2006 tegen een kabinetsbesluit om in Uruzgan twee jaar lang een leidende rol te nemen, omdat wij toen meenden dat deze niet kon slagen. Het karakter van de missie zou vredeshandhaving en opbouw zijn. Wij waren van mening dat daarvan in Uruzgan op dat moment geen sprake kon zijn. Dit, in combinatie met het ontbreken van een heldere exit-strategy, zorgde ervoor dat wij geen steun konden geven aan deze missie. In november 2007 besloot het kabinet de Uruzganmissie met twee jaar te verlengen. D66 stemde ook tegen die verlenging, omdat er volgens ons te weinig veranderd was aan de algemene situatie, dat wil zeggen geen opbouwmissie, geen eerlijke communicatie, geen exit strategy.
Begin februari 2010 heeft de NAVO Nederland officieel verzocht in afgeslankte vorm aanwezig te blijven in Uruzgan. Het kabinet Balkenende-IV is gevallen over de beantwoording van dit verzoek. Tot op heden is die brief onbeantwoord gebleven. In dat licht hebben GroenLinks en D66 in april 2010 met steun van een meerderheid in de Tweede Kamer het kabinet opgeroepen de behoefte op het gebied van civiele politietraining en -opleiding in Afghanistan in kaart te brengen en de Kamer te informeren hoe Nederland daarin mogelijk kan voorzien. Beide partijen vonden het wenselijk dat Nederland na terugtrekking van de Task Force uit Uruzgan actief betrokken blijft bij de wederopbouw van Afghanistan. Immers, wij zijn onderdeel geworden van de Afghaanse geschiedenis, we mogen de Afghanen daarom niet zomaar in de steek laten.
Al eerder had D66 in het verkiezingsprogramma dat 2 op april gepresenteerd en op ons congres op 16 en 17 april vastgesteld werd, aangegeven dat Nederland militair in Uruzgan moest stoppen, maar dat Nederland wel een bijdrage zou moeten blijven leveren “aan (weder)opbouw, goed bestuur en opleiding van militairen en politie.”
In het regeerakkoord van het huidige kabinet wordt expliciet verwezen naar dit voorstel van GroenLinks en D66, formeel de motie Peters-Pechtold geheten. Ook in de persconferentie heeft premier Rutte aangegeven te handelen in de geest van de motie, en de wensen van de oppositie serieus te nemen. De komende weken zal helder moeten worden in hoeverre dit juist is.
Tot slot, voor een parlementariër is het uitzenden van militairen misschien wel het moeilijkste besluit dat je moet nemen. De Tweede Kamerleden van D66 hechten eraan u te zeggen dat wij absoluut niet over één nacht ijs willen gaan bij het besluit om een nieuwe bijdrage van Nederland aan de ontwikkeling van Afghanistan al dan niet te steunen. Een definitief oordeel van D66 kunt u dan ook verwachten na breed en diepgaand onderzoek, en nadat het kabinet alle urgente vragen heeft beantwoord.
D66 zal de komende weken transparant opereren en de discussie op de inhoud voeren.
Namens de fractie nogmaals dank voor uw reactie.
Alexander Pechtold
Meer nieuws
- Nieuwe burgemeester blijft minstens zes jaar 13-5-2012
- Algemene Ledenvergadering woensdag 16 mei 2012 6-5-2012
- Rapport onderzoek Raadhuisplein/Haderaplein adviseert: het moet professioneler 26-4-2012
- D66: helemaal okay voor jongeren! 25-4-2012
- Zernike College bij voorkeur aan de Kerklaan 24-4-2012
- Raad stelt bouwkaders Handy vast 24-4-2012
- Onderzoek raadsmotie door Rekenkamercommissie 18-4-2012
- Column Henk Boomker vraagt om reactie 11-4-2012
- Bouwdossier Intermezzo: motie van D66 krijgt raadsbrede steun 27-3-2012
- Statenfractie D66 bezoekt raadsfractie Haren 15-3-2012



word lid






